| Taalgebruik
in gemeentebesturen
Aan mevrouw
de Gouverneur,
Aan de heren Gouverneurs,
Ter kennisgeving aan:
- de colleges van Burgemeester en schepenen
Betreft:
Omzendbrief
BA 97/22 van 16 december 1997 betreffende het taalgebruik
in gemeentebesturen van het Nederlandse taalgebied
I. INLEIDING
België is ingedeeld in 4 taalgebieden: het Nederlandse
taalgebied, het Franse taalgebied, het tweetalige gebied
Brussel-Hoofdstad (de 19 gemeenten) en het Duitse taalgebied
(art. 4 Grondwet).
Volgens het Arbitragehof houdt dit artikel 4 "de voorrang
van de taal van elk eentalig gebied" in1.
Deze voorrang geldt in alle gemeenten uit het eentalig gebied,
inclusief in de zogenaamde "faciliteitengemeenten".
Ook deze gemeenten behoren tot een eentalig gebied, en ook
in deze gemeenten heeft de taal van het gebied voorrang.
De verleende faciliteiten bestaan slechts in de mate dat
de taalwet2
er uitdrukkelijk in voorziet en houden geen veralgemeende
tweetaligheid van deze gemeenten in3.
Het begrip "taalgebied", dat niet alleen wordt
gebruikt in artikel 4 van de Grondwet, doch ook in de bestuurstaalwet,
slaat in die wet niet op een gebied waar in feite een bepaalde
taal wordt gesproken, maar op een gebied waar in rechte
(bv. door de ambtenaren) een bepaalde taal moet worden gebruikt.
Ingevolge de taalwetgeving kregen de Nederlandse, de Franse
en de Duitse taal, als streektaal, het statuut van bestuurstaal
in respectievelijk het Nederlandse, het Franse en het Duitse
taalgebied. In het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad zijn
er twee bestuurstalen: het Nederlands en het Frans.
De zes randgemeenten Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode,
Wemmel, Wezembeek-Oppem en de taalgrensgemeenten Bever,
Herstappe, Mesen, Ronse, Spiere-Helkijn en Voeren behoren
integraal tot het Nederlandse taalgebied.
Voor alle handelingen van de overheid moet principieel
de taal van het gebied worden gebruikt.
In bepaalde gemeenten in het Nederlands taalgebied bestaan
taalfaciliteiten voor Franstaligen. Die faciliteiten doen
geen afbreuk aan de eentaligheid van het gebied in kwestie.
De faciliteiten houden in dat de overheid voor een beperkt
aantal precies omschreven verrichtingen van de algemene
regel (streektaal is bestuurstaal) moet afwijken ten voordele
van de bestuurden die de voorkeur geven aan het Frans, meestal
slechts op hun uitdrukkelijk verzoek.
De bestuurders in het Nederlandse taalgebied kunnen nooit
een beroep doen op de faciliteitenregel. Zij moeten verplicht
gebruik maken van het Nederlands (zie punt II.C. hierna).
Met betrekking tot de faciliteiten moet het volgende benadrukt
worden:
1. De faciliteiten vormen de uitzondering op de eentaligheid
van een taalgebied; bijgevolg moeten zij strikt geïnterpreteerd
worden4.
Dit impliceert dat deze interpretatie in ieder geval conform
de Grondwet moet zijn5.
De faciliteiten mogen dan ook niet dermate ruim geïnterpreteerd
worden dat zij afbreuk doen aan de voorrang van de taal
van het gebied en dat zij tot een veralgemeende tweetaligheid
van het bestuur in de faciliteitengemeenten zouden leiden.
2. In België bestaat het principe van de subnationaliteit
niet; de talentelling werd door de wet van 8 november 1962
afgeschaft; er bestaat bijgevolg geen inventaris van de
Franstaligen in het Nederlandse taalgebied.
3. De faciliteiten zijn bedoeld als integratiebevorderende
maatregel; dit houdt in dat zij per definitie, voor de individuele
betrokkenen, een uitdovend karakter hebben. Bij de interpretatie
van de faciliteiten moet rekening gehouden worden met de
mogelijkheid dat een Franstalige inwoner, die voorheen een
beroep heeft gedaan op deze faciliteiten, inmiddels de taal
van het gebied voldoende kent en bijgevolg zich niet meer
op de faciliteiten wenst te beroepen.
Gelet op deze uitgangspunten, die aan de basis lagen van
de S.W.T., kunnen Franstaligen in het Nederlandse taalgebied,
in de gemeenten met een specifieke taalregeling - in de
gevallen waar de S.W.T. hun de mogelijkheid biedt om het
Frans te gebruiken - deze faciliteit slechts gebruiken,
voor zover zij daar telkens uitdrukkelijk om verzoeken.
In het eindverslag van het Centrum-Harmel (Centrum voor
onderzoek voor de nationale oplossing van de maatschappelijke,
politieke en rechtskundige vraagstukken van de verschillende
gewesten van het land - Stuk 940 Kamer van Volksvertegenwoordigers,
zitting 1957-1958, dd. 24.04.1958), dat als voorbereiding
voor de taalwetten van 8 november 1962 en 3 augustus 1963
kan worden beschouwd, wordt verwezen naar de interpretatie
van de term taalgrens :
"welke gegeven wordt door Vlamingen en Walen die het
gevaar van dubbelzinnigheid hebben ingezien en die overtuigd
zijn dat deze taalgrens een limiet moet zijn, een afbakening,
die eens en voor altijd, door middel van een wettelijke
of zelfs grondwettelijke tekst, het eeuwenoude bestaan van
de twee gemeenschappen vastlegt. Aldus worden beider rechten
beveiligd evenals de originaliteit van hun cultuur.
Zij eerbiedigen de volkerenwet, die eist dat elke inwijkeling
de cultuur en de taal overneemt van het milieu dat hij vrij
heeft gekozen. (...) De Waalse gemeenschap en de Vlaamse
gemeenschap moeten gaaf zijn. De Vlamingen die zich in Wallonië
en de Walen die zich in Vlaanderen vestigen moeten door
het milieu opgeslorpt worden. Aldus wordt het personeelselement
ten voordele van het territoriaal element opgeofferd. Dus
moet het cultureel stelsel Frans zijn in Wallonië en
Vlaams in Vlaanderen."
Dit citaat geeft duidelijk de geest weer waarin de taalwetten
van '62 en '63 tot stand zijn gekomen. De parlementaire
debatten die gevoerd werden bij de totstandkoming van de
wetten van 8 november 1962 en 2 augustus 1963 tonen aan
dat de faciliteiten bedoeld waren om voor anderstaligen
de overgang te vergemakkelijken naar de Gemeenschap waartoe
de gemeente waarin ze woonden voortaan zou behoren. De faciliteiten,
zoals ze opgenomen zijn in de S.W.T., kunnen ingevolge artikel
129 van de Grondwet slechts gewijzigd worden met een bijzondere
meerderheid. Dit neemt niet weg dat de oorspronkelijke bedoeling
van de faciliteiten, met name een integratiebevorderend
instrument te zijn, nog steeds onverkort geldt: de Franstaligen
die niet blijvend, telkens opnieuw, een beroep doen op de
faciliteiten, mogen geacht worden inmiddels de taal van
het gebied voldoende te kennen, of toch ten minste te aanvaarden
in het Nederlands te worden aangesproken of aangeschreven.
De faciliteiten kunnen niet dermate ruim worden geïnterpreteerd
dat zij deze integratie uitsluiten. Een dergelijke interpretatie
zou er toe leiden dat een veralgemeende feitelijke tweetaligheid
de regel wordt en dat de andere taal op gelijke voet wordt
gesteld met de taal van het gebied, zodat afbreuk wordt
gedaan aan de voorrang van het Nederlands in de gemeenten
van het Nederlandse taalgebied.
II. REGELING INZAKE
TAALGEBRUIK IN DE PLAATSELIJKE DIENSTEN
Het gebruik van de talen in de plaatselijke diensten in
het Nederlandse taalgebied wordt geregeld in hoofdstuk III
van de S.W.T.
Onder plaatselijke dienst wordt verstaan : een dienst in
de zin van artikel 1, § 2 S.W.T.
waarvan de werkkring niet meer dan één gemeente
bestrijkt, nl.
-de gecentraliseerde en gedecentraliseerde openbare diensten
van de gemeente;
- de natuurlijke en de rechtspersoon die
1°)concessiehouder is van een openbare dienst of die
belast is met een taak die de grenzen van een privé-bedrijf
te buiten
gaat en die de wet of de openbare machten hun hebben toevertrouwd
in het algemeen belang, en
2°) onder het gezag van een openbare macht staat.
De gemeentebesturen zijn inderdaad krachtens artikel 1
van de S.W.T. onderworpen aan de gecoördineerde wetten
op het gebruik van de talen in bestuurszaken.
Voor de plaatselijke diensten in het Nederlandse taalgebied
gelden bijgevolg de volgende regels inzake het taalgebruik
in bestuurszaken:
1. voor de gemeenten zonder speciale taalregeling uit het
Nederlandse taalgebied is schema II A. van toepassing;
2. voor de taalgrensgemeenten (cfr. art. 8 S.W.T.) uit
het Nederlandse taalgebied (Bever, Herstappe, Mesen, Ronse,
Spiere-Helkijn en Voeren) en voor de randgemeenten (cfr.
art. 7 S.W.T.: Drogenbos, Kraainem Linkebeek, Wemmel, Sint-Genesius-Rode
en Wezembeek-Oppem) is schema II. B. van toepassing;
Het taalgebruik in de vergaderingen van de gemeentelijke
organen in de faciliteitengemeenten worden verduidelijkt
onder rubriek II. C.
De regels en de begrippen die in de schema's worden gehanteerd,
alsook de verantwoordelijkheden van de gemeentelijke mandatarissen
en ambtenaren worden verder in de tekst onder rubriek III
verduidelijkt.
II. A. Diensten van
een gemeente zonder specifieke regeling uit het Nederlandse
taalgebied
regel: NEDERLANDS
Iedere plaatselijke dienst, die gevestigd is in het Nederlandse
taalgebied, gebruikt uitsluitend het Nederlands :
1. in zijn binnendiensten;
2. in zijn betrekkingen met de diensten waaronder hij ressorteert;
3. in zijn betrekkingen met andere diensten uit hetzelfde
taalgebied en uit Brussel-Hoofdstad;
4. in zijn betrekkingen met diensten die gevestigd zijn
in de marge- en taalgrensgemeenten;
5. in de berichten, mededelingen en formulieren die bestemd
zijn voor het publiek
6. in zijn betrekkingen met particulieren;
Hierop zijn twee uitzonderingen van toepassing :
1. om akten op te stellen die particulieren betreffen (iedere
belanghebbende, die er de noodzaak van aantoont, kan aan
de gouverneur van de provincie van zijn woonplaats - of
aan de gouverneur van de provincie Luik als het om een vertaling
in het Duits gaat kosteloos een gewaarmerkte vertaling vragen,
met waarde van uitgifte of van gelijkluidend afschrift);
2. voor de getuigschriften, verklaringen, machtigingen
en vergunningen die aan particulieren worden uitgereikt
(iedere belanghebbende, die er de noodzaak van aantoont,
kan een vertaling bekomen zoals vermeld in punt 1).
leder gemeentebestuur schrijft de akten van de burgerlijke
stand over in het Nederlands. Het gemeentebestuur, dat een
akte ontvangt van een gemeente zonder speciale taalregeling
uit het Franse taalgebied, vraagt met het oog op het overschrijven
van de akte, een vertaling van deze akte aan de gouverneur
van zijn provincie.
II. B. Diensten van
de gemeenten uit de taalgrensgemeenten en de randgemeenten
van het Nederlandse taalgebied
1.
- binnendiensten (intern taalgebruik)
- betrekkingen met diensten waaronder zij sorteren
- betrekkingen met anderen diensten uit het
Nederlandse taalgebied en uit Brussel-Hoofdstad
|
NEDERLANDS |
2.
betrekkingen met particulieren |
NEDERLANDS
(bij wijze van uitzondering kan de particulier op uitdrukkelijk
te herhalen verzoek kiezen voor het FRANS) |
3.
wat de randgemeenten betreft, betrekkingen met privé-bedrijven,
waarvan de exploitatiezetel in een gemeente zonder speciale
taalregeling in het Nederlandse taalgebied is gevestigd
|
NEDERLANDS |
4.
opstellen van akten betreffende particulieren uit de
taalgrensgemeenten of uit de randgemeenten Sint-Genesius-Rode
en Wezembeek-Oppem |
NEDERLANDS
Opm: iedere belanghebbende kan bij de dienst die de
akte heeft opgemaakt een gewaarmerkte vertaling in het
Frans verkrijgen met waarde van uitgifte of gelijkluidend
afschrift |
5.
opstellen van akten betreffende particulieren uit de
randgemeenten Drogenbos, Kraainem, Linkebeek en Wemmel
|
NEDERLANDS
(bij wijze van utizondering kan de particulier op uitdrukkelijk
te herhalen verzoek kiezen voor het FRANS) |
6.
getuigschriften uit te reiken aan particulieren uit
de taalgrensgemeenten of de randgemeenten |
NEDERLANDS
(bij wijze van uitzondering kan de particulier op uitdrukkelijk
te herhalen verzoek kiezen voor het FRANS)
|
7.
verklaringen, machtigingen en vergunningen uit te reiken
aan particulieren NEDERLANDS in de taalgrensgemeenten
|
NEDERLANDS in de margegemeenten (bij wijze
van uitzondering kan de particulier op uitdrukkelijk
te herhalen verzoek kiezen voor het FRANS)
|
8.
- berichten
bestemd voor het publiek
- mededelingen |
het PRINCIPE is het gebruik van de taal
van het gebied. In afwijking hiervan geldt voor de rand-
en taalgrensgemeenten het gebruik van het NEDERLANDS
en het FRANS (art. 11 § 2 en art. 24 S.W.T.), MET
VOORRANG VOOR HET NEDERLANDS IN DE TAALGRENSGEMEEN-
TEN6 |
9.
formulieren bestemd voor het publiek |
NEDERLANDS in de taalgrensgemeenten7
NEDERLANDS en FRANS (art. 24 S.W.T.) in de margegemeenten
|
II. C. Taalgebruik in
vergaderingen van de gemeenteraad en van het college van
burgemeester en schepenen en in de vergaderingen van commissies,
adviesraden, adviesorganen e.d. opgericht door de gemeenteraad
of door het college van burgemeester en schepenen in de marge- en taalgrensgemeenten
De faciliteiten die krachtens de S.W.T. toegekend worden
aan de inwoners van deze gemeenten, doen geen afbreuk aan
de taalhomogeniteit van het desbetreffende gebied. Voor
de bestuurders is het Nederlands de enige bestuurstaal.
Elk optreden in de gemeenteraad moet zonder gevolg blijven
indien niet de Nederlandse taal wordt gebruikt8.
II.C.I. vergaderingen
van de gemeenteraad en het college van burgemeester en schepenen
De inleiding van een agendapunt, en de bespreking in de
vergadering die voorafgaat aan de stemming, zijn bedoeld
om de houding van de leden met betrekking tot dat agendapunt
voor te stellen, en bijgevolg om hun stemgedrag te motiveren
of te verduidelijken. Zij zijn dan ook een bepalend onderdeel
van de besluitvorming. Tussenkomsten tijdens de beraadslagende
vergadering in een andere taal dan die van het taalgebied
kunnen bijgevolg de nietigheid van het getroffen besluit
tot gevolg hebben. Dergelijke tussenkomsten zijn bovendien
te beschouwen als een verstoring van de vergadering, waartegen
de voorzitter van de vergadering de gepaste maatregelen
moet treffen. De burgemeester dient, met de hem als voorzitter
van de vergadering ter beschikking staande middelen, op
te treden wanneer anderen zich aan onwettig taalgebruik
schuldig maken9.
Overeenkomstig artikel 58, eerste lid, van de S.W.T. zijn
alle administratieve handelingen en verordeningen, die naar
vorm en inhoud strijdig zijn met de bepalingen van de S.W.T.,
nietig.
Het lijkt ons nuttig hierna een niet beperkende opsomming
te geven van de bestuurshandelingen die in het Nederlands
moeten gebeuren. De algemene regel is zeer eenvoudig: alle
individueel optredende leden van gemeenteraad en college
van burgemeester en schepenen moeten in het Nederlandse
taalgebied voor alle bestuurshandelingen het Nederlands
gebruiken.
Bijgevolg kunnen alleszins de volgende handelingen alleen
wettig in het Nederlands gesteld worden
· de eedaflegging van de gemeenteraadsleden;
· de eedaflegging als schepen;
· de agenda;
· de bescheiden en mededelingen;
· de besluiten van de burgemeester;
· de besluiten van het college van burgemeester en
schepenen;
· de besluiten van de gemeenteraad;
· in het algemeen de zaken die het college van burgemeester
en schepenen schriftelijk voorlegt;
· de notulen van het college van burgemeester en
schepenen;
· de notulen van de gemeenteraad,
· de stemmingen;
· de individuele tussenkomsten.
Tijdens vergaderingen van de gemeenteraad en van het college
van burgemeester en schepenen dient het Nederlands te worden
gebruikt. Het gebruik van een andere taal, o.m. bij de mondelinge
tussenkomsten, kan geen rechtsgevolgen hebben.
Daaraan kan worden toegevoegd dat er geen vertalingen gemaakt
mogen worden van de agenda of de verklarende nota's, van
de uitleg gegeven door het college van burgemeester en schepenen
of van hetgeen er gezegd wordt in het algemeen10.
Een antwoord namens het college van burgemeester en schepenen
op een vraag of een interpellatie, in een andere taal dan
het Nederlands, is strijdig met de S.W.T. en kan bijgevolg
geen rechtsgevolgen hebben.
II.C.2. Taalgebruik
in gemeentelijke commissies en adviesraden
De gemeentelijke commissies en adviesraden, opgericht krachtens
de gemeentewet of krachtens andere wettelijke of decretale
bepalingen, die belast zijn met een taak die de grenzen
van een privaat bedrijf te buiten gaat en die de openbare
machten hun hebben toevertrouwd, zijn te beschouwen als
instellingen in de zin van artikel 1, § 1, 2° S.W.T11.
Gelet op hun werkkring zijn ze te beschouwen als plaatselijke
diensten, waarvoor overeenkomstig artikel 10, § 1 S.W.T.
voor het intern taalgebruik de regels inzake het taalgebruik
in de binnendiensten gelden. Dit impliceert dat in deze
commissies en adviesraden door de leden alleen het Nederlands
wordt gebruikt (mondelinge tussenkomsten, notulen, bescheiden
en mededelingen bij vergaderingen e.d.).
III. EEN WOORDJE UITLEG
BIJ DE GEBRUIKTE BEGRIPPEN EN ORGANISATORISCHE VERANTWOORDELIJKHEDEN
BINNEN DE GEMEENTELIJKE ADMINISTRATIE
III.1. Begrippen
I.1. Berichten en
mededelingen bestemd voor het publiek.
- berichten zijn opschriften die op een in het oog springende
wijze aangebracht zijn op de muren van de administratieve
gebouwen en kantoren, of op alle andere plaatsen met de
bedoeling inlichtingen te verstrekken aan de personen die
die gebouwen, kantoren of plaatsen bezoeken.
Ze kunnen onder meer gebeiteld, gegraveerd, geschilderd,
gedrukt, getypt, geschreven of met lichtgevende toestellen
weergegeven zijn. Ze kunnen een zekere omvang hebben of
slechts uit één woord bestaan12;
- mededelingen zijn de inlichtingen die in welke vorm dan
ook verspreid worden. Hun draagwijdte kan algemeen zijn
of beperkt tot een bepaald publiek.
I.2. Formulieren
bestemd voor het publiek.
Formulieren bestemd voor het publiek zijn onvolledig gedrukte
teksten die door het publiek zelf moeten worden aangevuld.
I.3. Betrekkingen
met particulieren.
Onder betrekkingen met particulieren worden zowel mondelinge
als schriftelijke betrekkingen verstaan.
Inwoners uit rand- en taalgrensgemeenten kunnen vragen
dat hun contacten met hun gemeentebestuur in het Frans verlopen.
De faciliteiten die de S.W.T. verleent, moeten echter restrictief
worden toegepast, hetgeen impliceert dat de particulier
telkens uitdrukkelijk moet verzoeken om het Frans te gebruiken.
Uiteindelijk werden de faciliteiten ingesteld om de integratie
van Franstaligen in het Nederlandse taalgebied te bevorderen.
In de praktijk betekent dit dat elke plaatselijke dienst
uit de faciliteitengemeenten in zijn betrekkingen met inwoners
uit faciliteitengemeenten het Nederlands gebruikt.
Enkel wanneer een inwoner uit een rand- of taalgrensgemeente
daar telkens uitdrukkelijk om verzoekt wordt het Frans gebruikt.
In deze context is het van belang nogmaals te wijzen op
het uitzonderingskarakter van de faciliteiten. Dit wil derhalve
zeggen dat faciliteiten niet automatisch, blijvend, worden
verleend. Ze moeten keer op keer worden aangevraagd. Het
is dus uitgesloten dat particulieren die eens het gebruik
van het Frans hebben gevraagd later automatisch opnieuw
in het Frans worden aangeschreven. Het taalgebruik van een
particulier is immers geen statisch gegeven. Men kan veronderstellen
dat de betrokkene zich ondertussen heeft geïntegreerd
en dat hij de Nederlandse taal dermate machtig is dat hij
aanvaardt in het Nederlands te worden aangesproken of aangeschreven.
Bij wijze van voorbeeld : aanslagbiljetten inzake gemeentebelastingen
(bv. huisvuilbelasting) worden dus altijd in het Nederlands
opgesteld. De wet van 24 december 1996 betreffende de vestiging
en de invordering van de provincie- en gemeentebelastingen
is integraal van toepassing op het initiële aanslagbiljet.
Inwoners die een Franstalig exemplaar aanvroegen, worden
later opnieuw in het Nederlands aangeschreven. Zij kunnen,
zo nodig, opnieuw verzoeken om een Franstalig exemplaar.
I.4. Akten betreffende
particulieren.
Akten zijn alle stukken die dienen tot vaststelling van
een rechtshandeling.
a) taalgrensgemeenten
Het gemeentebestuur stelt de akten in het Nederlands. Iedere
belanghebbende uit de taalgrensgemeente kan zonder bijkomende
kosten en zonder zijn aanvraag te moeten verantwoorden,
bij de dienst die de akte heeft opgemaakt, een gewaarmerkte
vertaling in het Frans met waarde van uitgifte of van gelijkluidend
afschrift verkrijgen.
b) randgemeenten
* Voor stukken ten behoeve van particulieren uit Sint-Genesius-Rode
en Wezembeek-Oppem worden de akten gesteld in het Nederlands.
Iedere belanghebbende uit de taalgrensgemeente kan zonder
bijkomende kosten en zonder verantwoording van zijn aanvraag,
bij de dienst die de akte heeft opgemaakt, een gewaarmerkte
vertaling met waarde van uitgifte of van gelijkluidend afschrift
verkrijgen.
* Voor stukken ten behoeve van particulieren uit Drogenbos,
Kraainem, Linkebeek en Wemmel worden de akten gesteld in
het Nederlands of in het Frans, naargelang van de vraag
van de belanghebbende.
I.5. Getuigschriften, verklaringen, machtigingen, vergunningen
uit te reiken aan particulieren
Getuigschriften zijn schriftelijke bewijzen, uitgaande
van een overheidsdienst, die vaststellen dat iets werkelijk
is (bv. kwitanties). Met verklaringen worden officiële
documenten bedoeld, uitgaande van overheidsdiensten.
Machtigingen zijn officiële documenten die uitgaan
van een overheidsdienst waarbij een bepaalde toestemming
wordt verleend. Machtigingen kunnen in de vorm van een vergunning
verstrekt worden (bv. standplaatsvergunning op markten).
in de taalgrensgemeenten worden de verklaringen, de machtigingen
en de vergunningen enkel in het Nederlands afgegeven. Getuigschriften
kunnen in deze gemeenten op uitdrukkelijk verzoek in het
Frans afgeleverd worden.
in de margegemeenten worden de getuigschriften, verklaringen,
machtigingen en vergunningen in het Nederlands uitgereikt,
tenzij de particulier uitdrukkelijk verzoekt om een in het
Frans gesteld document.
III.2. Verantwoordelijkheden
In de eerste plaats zijn alle beëdigde gemeentelijke
mandatarissen in de uitoefening van hun ambt verplicht zich
te gedragen naar de bepalingen van de S.W.T.
Inzake de praktische organisatie van de diensten wijzen
wij erop dat krachtens artikel 26 bis, § 2 van de Nieuwe
Gemeentewet de secretaris belast is met de leiding van de
diensten en behoudens de uitzonderingen waarin de wet voorziet,
hoofd is van het personeel.
In die hoedanigheid en met de hem ter beschikking gestelde
middelen zal hij er over waken dat de nodige praktische
schikkingen worden genomen opdat de taalwetgeving nauwgezet
wordt nageleefd.
Wat de financiële verrichtingen van de gemeenten betreft,
heeft de ontvanger op basis van artikel 136 van de Nieuwe
Gemeentewet de taak om alleen en onder zijn persoonlijke
verantwoordelijkheid de ontvangsten te innen en de uitgaven
te doen. Zijn persoonlijke verantwoordelijkheid houdt in
dat hij uit hoofde van zijn ambt zijn opdrachten vervult
met inachtneming van alle wettelijke bepalingen, waaronder
de taalwetgeving.
IV. TOEZICHT
De controle op de naleving van de taalwetgeving, wat de
gemeentebesturen betreft, behoort tot het gewoon administratief
toezicht, waarvoor de Vlaamse minister van Binnenlandse
Aangelegenheden bevoegd is.
De overheden die bevoegd zijn voor het administratief toezicht
zullen nauwgezet waken over de correcte naleving van de
wetgeving inzake het gebruik van de talen in bestuurszaken,
zowel ten aanzien van de rechtsgeldigheid van bestuurshandelingen
als ten aanzien van de daaruit voortvloeiende budgettaire
en financiële gevolgen. In deze context is een bijzondere
rol toebedeeld aan de gouverneurs van de provincies wiens
ambtsgebied zich uitstrekt tot de randgemeenten of de Vlaamse
taalgrensgemeenten.
Deze gouverneurs kunnen in het kader van het algemeen administratief
toezicht beslissingen die strijdig zijn met de S.W.T. schorsen.
Wat betreft de gemeentebesturen hebben de gouverneurs van
Vlaams-Brabant en Limburg, als commissaris van de Vlaamse
regering, ten aanzien van respectievelijk de 6 randgemeenten
en Voeren, vernietigingsbevoegdheid inzake beslissingen
van gemeentelijke organen die strijdig zijn met de S.W.T.
Wat Voeren betreft is deze
vernietigingsbevoegdheid slechts absoluut indien de beslissing
uitsluitend wegens schending van de taalwetgeving wordt
vernietigd.
De Vlaamse regering gaat er van uit dat voor elke burger
van het Nederlandse taalgebied een correct taalgebruik door
zijn gemeentebestuur de grootste garantie betekent voor
de eigen rechtszekerheid.
Ik verzoek u, mevrouw de gouverneur, mijnheer de gouverneur,
toe te zien op een stipte naleving van de wetgeving betreffende
het gebruik der talen in bestuurszaken.
Leo PEETERS
Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk
Beleid en Huisvesting
........................
Voetnoten
1
Arbitragehof, nr. 17, 26 maart 1986, rolnr. 13, Arr.
Arb., 1986, 229; B.S., 17 april 1986; T.B.P., 1986, 343,
met noot J. VELAERS, "Het taalgebruik en de taalkennis
van de gemeentelijke overheid in het Nederlandse taalgebied
na het arrest van het Arbitragehof van 26 maart 1986";
J T, 1986,564, met noot M. UYTTENDAELE
2
Bedoeld wordt : het K.B. van 18 juli 1966 houdende
coördinatie van de wetten op het gebruik van talen
in bestuurszaken, verder geciteerd als S.W.T.
3
Zie o.m. de adviezen van de Vaste Commissie voor
Taaltoezicht nr. 26.125A van 22 september 1994 en nr. 26.033
van 27 oktober 1994
4
In het algemeen moet de taalwetgeving strikt geïnterpreteerd
worden, zie R.v.St., 27 januari 1954, nr. 3.102: A fortiori
geldt dit voor de faciliteiten die een uitzondering zijn
op de homogeniteit van een taalgebied
5
Zie o.a. Arbitragehof nr. 9/90, 7 februari 1990,
rolnr.111, Arr. Arb., 1990, 7l; B.S., 19 april 1990 (uittreksel);
T.B.P., 1990, 594; Arbitragehof nr. 71/92, 18 november 1992,
rolnr.329, Arr. Arb., 1992, 759; B.S., 8 december 1992
6
V.C.T., nr. 604 van 10 juni 1965
7
R.v.St., nr. 14.241 van 12 augustus 1970
8
R.v.St., arrest nr. 22.186 van 6 april 1982, R.W.,
1982-83, 24
9
R.v.St., arrest nr. 59.101 van 17 april 1996
10
R.v.St., arrest nr. 12.510 van 4 juli 1967, T.Best.,
370; V.C.T., advies nr. 1067 van 3 maart 1966
11
V.C.T., nr. 25.092 van 15 september 1993 (gemeentelijke
milieu-adviesraden)
12
RENARD, R., Talen in bestuurszaken, in de bedrijven en in
de sociale betrekkingen, Gent, Storyu-Scientie, 1983, nr.
98
|