Decreet
van 22 februari 1995 tot regeling van het administratief toezicht
op de provincies in het Vlaamse Gewest - B.S. 28 februari
1995
Gecoördineerde tekst
Laatste wijziging: besluit van de Vlaamse regering van 2
juni 2006 – B.S. 16 juni 2006
HOOFDSTUK I. - Algemene
bepalingen
Artikel. 1.
Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Art. 2.
Dit decreet is van toepassing op de provincies van het Vlaamse
Gewest.
Art. 3.
De toezichthoudende overheid kan, ook ter plaatse, alle
nodige inlichtingen en gegevens inwinnen.
HOOFDSTUK II. - Personeel
AFDELING 1. Personeelsformatie
Art. 4. [...]
Art. 5. [...]
[Art. 5bis.] [...]
[Art. 5ter.] [...]
[Art. 5quater.] [...]
[Art. 5quinquies.] [...]
[Art. 5sexies.] [...]
[Art. 5septies.] [...]
[Art. 5octies.] [...]
AFDELING 2. Tuchtregeling
Art. 6.
Tenzij de wet of het decreet voor sommige categorieën
van het personeel een specifieke beroepsprocedure heeft
ingesteld, is elke provincieoverheid, die een tuchtstraf
of een preventieve schorsing oplegt aan een personeelslid,
op straffe van nietigheid van het getroffen besluit, verplicht
het desbetreffende besluit samen met het volledige dossier
aan de Vlaamse regering toe te zenden.
Deze toezending dient te gebeuren op dezelfde datum als
de toezending bij een ter post aangetekende brief of de
overhandiging tegen ontvangstbewijs van het besluit houdende
het opleggen van een tuchtstraf of de preventieve schorsing,
aan de betrokkene. De datum van de poststempel is hierbij
doorslaggevend.
Art. 7.
De betrokkene kan bij de Vlaamse regering beroep instellen
tegen de besluiten van de provincieoverheid waarbij een
tuchtstraf of een preventieve schorsing wordt opgelegd en
waarvan met toepassing van artikel 6 kennis dient te worden
gegeven aan de Vlaamse regering.
Dit beroep wordt ingesteld binnen een termijn van dertig
dagen ingaande de dag na de in artikel 6, tweede lid bedoelde
toezending of overhandiging van het besluit houdende het
opleggen van een tuchtstraf of een preventieve schorsing.
Het beroep schorst het bestreden besluit niet.
Art. 8.
De Vlaamse regering vernietigt de bestreden tuchtmaatregel
of wijst het beroep af. Zij verstuurt haar besluit, houdende
hetzij vernietiging van het bestreden besluit, hetzij afwijzing
van het beroep, naar de betrokken partijen binnen een termijn
van zestig dagen ingaande de dag na het inkomen van het
beroep. Indien de Vlaamse regering binnen de voormelde termijn
geen besluit naar de provincieoverheid verstuurt, wordt
zij geacht het beroep te hebben afgewezen.
Art. 9.
De Vlaams regering kan over het beroep geen uitspraak doen
voor het personeelslid en de provincieoverheid de gelegenheid
hebben gekregen gehoord te worden door de Vlaamse regering.
De hoorzitting wordt geleid door een ambtenaar van niveau
A van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.
Art. 10.
Tijdens het verloop van de procedure mogen de partijen zich
laten bijstaan door een verdediger naar hun keuze.
Art. 11.
Voorafgaandelijk aan de hoorzitting wordt een tuchtdossier
samengesteld.
Het tuchtdossier bevat alle stukken die betrekking hebben
op de ten laste gelegde feiten.
Art. 12.
Ten minste twaalf dagen voor hun verschijning worden de
partijen opgeroepen voor de hoorzitting, hetzij bij een
ter post aangetekende brief, hetzij door afgifte van de
oproepingsbrief tegen ontvangstbewijs.
Bij de oproepingsbrief, gericht aan de instantie die de
tuchtstraf heeft opgelegd, wordt een voor eensluidend verklaard
afschrift van het beroepschrift toegevoegd.
De oproeping dient melding te maken van:
1° plaats, dag en uur van de hoorzitting;
2° het recht van de partijen zich te laten bijstaan
door een verdediger van hun keuze;
3° de plaats waar en de termijn waarbinnen het tuchtdossier
kan worden ingezien;
4° het recht van het personeelslid de openbaarheid van
de hoorzitting te vragen.
Art. 13.
Vanaf de oproeping om gehoord te worden tot en met de dag
voor de dag van verschijning kunnen de partijen en hun verdediger
inzage nemen van het tuchtdossier.
Art. 14.
Op het einde van de hoorzitting wordt er een proces-verbaal
opgemaakt. Er wordt onmiddellijk voorlezing van gedaan en
de betrokkenen worden verzocht het te ondertekenen. De betrokkenen
kunnen bij de ondertekening voorbehoud formuleren; indien
een partij weigert te ondertekenen, wordt daarvan melding
gemaakt.
Indien een partij schriftelijk afstand heeft gedaan van
de hoorzitting of zich niet aangemeld heeft op de hoorzitting,
maakt de beroepsinstantie naar gelang het geval een proces-verbaal
van afstand of van niet-verschijnen op.
Het proces-verbaal van de hoorzitting, van afstand of van
niet-verschijnen bevat de opsomming van alle vereiste procedurehandelingen
en vermeldt bij iedere handeling of ze verricht is.
De gemotiveerde eindbeslissing van de Vlaamse regering
zal uitdrukkelijk naar het proces-verbaal van de hoorzitting
verwijzen.
Art. 15.
De beroepsinstantie zetelt bij het afnemen van de hoorzitting
in de openbaarheid, indien de betrokkene hierom verzoekt.
HOOFDSTUK III. -
[Begroting en Begrotingswijzigingen]
AFDELING 1. […]
Art. 16.
[De besluiten van de provincieraad betreffende de begroting
en erin aangebrachte wijzigingen worden binnen een termijn
van twintig dagen, die ingaat op de dag nadat ze zijn genomen,
naar de Vlaamse regering verstuurd.
Bij de begroting wordt het meerjarige financiële beleidsplan
gevoegd op basis waarvan het begrotingsevenwicht kan worden
gehandhaafd, alsmede alle andere bijlagen die vereist zijn
voor de definitieve vaststelling van de begroting.
De Vlaamse regering bepaalt de aard van de informatiedrager
voor de gegevens die haar moeten worden toegestuurd en de
vorm waarin die gegevens zijn vastgelegd.]
Art. 17.
[§1. De Vlaamse regering is bevoegd om, bij gemotiveerd
besluit en binnen een termijn van vijftig dagen die ingaat
op de dag nadat ze bij de Vlaamse regering is toegekomen,
de begroting of begrotingswijziging te schorsen of rechtstreeks
te vernietigen wegens schending van de wet of strijdigheid
met het algemeen belang. Bovendien schorst de Vlaamse regering
de begroting of begrotingswijziging binnen dezelfde termijn
in de volgende gevallen:
1° als de provincieraad een begroting of een wijziging
in de begroting indient met een deficitair saldo op de gewone
of de buitengewone dienst, met een fictief evenwicht, met
een fictief batig saldo of als uit het meerjarige financiële
beleidsplan blijkt dat het evenwicht niet behouden kan blijven;
2° als de provincieraad ontvangsten of verplichte uitgaven,
die krachtens de wet gedurende het jaar waarop de begroting
betrekking heeft ten gunste of ten laste van de provincie
komen, geheel of gedeeltelijk niet in de begroting vastlegt;
3° als de provincieraad ontvangsten op de begroting
brengt die gedurende het jaar daarop de begroting betrekking
heeft geheel of gedeeltelijk niet aan de provincie toekomen;
4° als de provincieraad uitgaven of ontvangsten die
strijdig zijn met de wet, in de begroting vastlegt.
In afwijking van het eerste lid, kan de Vlaamse regering,
voorzover de redenen die aanleiding geven tot de schorsing
het evenwicht van de begroting niet in gevaar brengen, de
schorsing beperken tot een of meer artikelen of onderdelen
van de begroting.
§2. De Vlaamse regering verstuurt haar schorsingsbesluit
naar de provincieoverheid uiterlijk op de laatste dag van
de termijn, bedoeld in § 1, eerste lid. Als binnen
die termijn geen beslissing naar de provincieoverheid is
verstuurd, is de begroting of begrotingswijziging die de
provincieraad heeft vastgesteld, definitief.]
AFDELING 2.
[…]
Art. 18.
[§1. De provincieraad spreekt zich over het schorsingsbesluit
uit en stelt de begroting of de begrotingswijziging opnieuw
vast. Hij stuurt zijn gemotiveerde besluit naar de Vlaamse
regering.
§2. De Vlaamse regering spreekt zich bij gemotiveerd
besluit uit over de begroting of begrotingswijziging die
de provincieraad opnieuw heeft vastgesteld. Onverminderd
haar bevoegdheid tot vernietiging wegens schending van de
wet of strijdigheid met het algemeen belang, stelt de Vlaamse
regering de begroting of de erin aangebrachte wijzigingen
definitief vast, met inachtneming van de volgende regelen:
1° als de begroting een deficitair saldo op de gewone
of op de buitengewone dienst, een fictief evenwicht of een
fictief batig saldo vertoont, neemt de Vlaamse regering
alle vereiste maatregelen om het evenwicht van de begroting
te herstellen;
2° als de ontvangsten of verplichte uitgaven die krachtens
de wet gedurende het jaar waarop de begroting betrekking
heeft ten gunste of ten laste van de provincie komen, geheel
of gedeeltelijk niet in de begroting vastgesteld zijn, schrijft
de Vlaamse regering ze ambtshalve in;
3° als bepaalde ontvangsten die de provincieraad op
de begroting heeft gebracht, geheel of gedeeltelijk niet
aan de provincie toekomen of als bepaalde kredieten strijdig
zijn met de wet, dan schrapt de Vlaamse regering die of
schrijft ze die op het juiste bedrag in.
De Vlaamse regering treft haar besluit binnen een termijn
van vijftig dagen, die ingaat op de dag nadat het besluit
van de provincieraad is toegekomen, en verstuurt haar besluit
naar de provincieoverheid uiterlijk op de laatste dag van
die termijn. Als binnen de termijn, bedoeld in het vorige
lid geen beslissing naar de provincieoverheid is verstuurd,
is de begroting die de provincieraad opnieuw heeft vastgesteld,
definitief.]
[HOOFDSTUK IIIbis.
- Provinciebedrijven en Autonome Provinciebedrijven]
[AFDELING 1.
Organisatie van de provinciebedrijven en de autonome provinciebedrijven]
[Art. 18bis.
Van de besluiten van de provincieraad waarbij provinciale
inrichtingen en diensten worden georganiseerd als provinciebedrijf,
wordt een voor eensluidend verklaard afschrift naar de Vlaamse
regering gestuurd overeenkomstig de bepalingen van artikel
20. De bepalingen van de artikelen 21 en 24 op deze besluiten
van toepassing.
De inbedrijfstelling gaat ten vroegste in op de eerste
januari van het jaar dat volgt op dat van het besluit van
de Vlaamse regering.]
[Art. 18ter.
Het toezicht op de begroting en op de begrotingswijzigingen
van de provinciebedrijven die de provincieraad heeft aangebracht,
wordt geregeld op de wijze bepaald in artikel 16 tot en
met 18.]
[Art. 18quater.
Een exemplaar van de jaarrekening van ieder provinciebedrijf
die de provincieraad voorlopig heeft goedgekeurd, wordt
gehecht aan de provincierekening.]
[Art. 18quinquies.
§1. De besluiten van de provincieraad betreffende de
jaarrekeningen van ieder provinciebedrijf worden, binnen
een termijn van twintig dagen die ingaat op de dag nadat
ze zijn genomen, naar de Vlaamse regering verstuurd, samen
met het jaarverslag en alle bijbehorende documenten.
§2. De Vlaamse regering spreekt zich uit over de goedkeuring
van de jaarrekeningen binnen een termijn van driehonderd
dagen die ingaat op de dag nadat ze zijn toegekomen en verstuurt
haar besluit uiterlijk op de laatste dag van die termijn
naar de provincieoverheid en de bedrijfsontvanger.
Als binnen de termijn, bedoeld in het vorige lid geen besluit
naar de provincieoverheid wordt verstuurd, wordt de Vlaamse
regering geacht de jaarrekening te hebben goedgekeurd.
§3. Als de Vlaamse regering de jaarrekening niet goedkeurt,
kan de provincieraad, binnen een termijn van dertig dagen
die ingaat op de dag nadat het besluit naar de provincieoverheid
is gestuurd, de jaarrekening omwerken en ze opnieuw ter
goedkeuring bij de Vlaamse regering indienen.
De Vlaamse regering beschikt over een termijn van vijftig
dagen die ingaat op de dag nadat de omgewerkte jaarrekening
is toegekomen, om ze al dan niet goed te keuren en verstuurt
haar besluit uiterlijk op de laatste dag van die termijn
naar de provincieoverheid. Als binnen die termijn geen besluit
naar de provincieoverheid is verstuurd, wordt de Vlaamse
regering geacht de omgewerkte jaarrekening te hebben goedgekeurd.]
[Art. 18sexies.
§1. De besluiten van de provincieraad waarbij autonome
provinciebedrijven worden opgericht en hun statuten worden
vastgesteld, worden binnen een termijn van twintig dagen
die ingaat op de dag nadat ze zijn genomen, ter goedkeuring
aan de Vlaamse regering verstuurd.
§2. De Vlaamse regering spreekt zich over de goedkeuring
uit binnen een termijn van honderd dagen die ingaat op de
dag nadat de besluiten, bedoeld in het eerste lid zijn toegekomen.
Als binnen die termijn geen beslissing naar de provincieoverheid
is verstuurd, wordt de Vlaamse regering geacht de besluiten
te hebben goedgekeurd.]
[AFDELING 2.
Toezicht op de besluiten van de raad van bestuur van het
autonome provinciebedrijf]
[Art. 18septies.
§1. De besluiten van de raad van bestuur van het autonome
provinciebedrijf tot wijziging van de statuten en van de
bijlagen die er integraal deel van uitmaken, worden binnen
een termijn van twintig dagen die ingaat op de dag nadat
ze zijn genomen, naar de bestendige deputatie verstuurd
met het oog op het advies van de provincieraad. Ze worden
op dezelfde dag voor goedkeuring naar de Vlaamse regering
verstuurd.
§2 Als de provincieraad zijn advies niet aan de Vlaamse
regering bezorgt binnen een termijn van vijftig dagen, die
ingaat vanaf de dag nadat de besluiten van de raad van bestuur,
bedoeld in § 1, bij de bestendige deputatie zijn toegekomen,
wordt de provincieraad geacht een gunstig advies te hebben
uitgebracht.
§3. De Vlaamse regering spreekt zich over de goedkeuring
uit binnen een termijn van honderd dagen die ingaat op de
dag nadat de besluiten, bedoeld in § 1, zijn toegekomen.
Als binnen die termijn geen beslissing naar de provincieoverheid
is verstuurd, wordt de Vlaamse regering geacht haar goedkeuring
te hebben verleend.]
[Art. 18octies.] [...]
[Art. 18novies.] [...]
[Art.18decies.] [...]
[Art. 18undecies.] [...]
HOOFDSTUK IV. – Algemeen
administratief toezicht
Art. 19. [...]
Art. 20. [...]
(Onverminderd de
bepalingen van artikel 19 moet, binnen een termijn van twintig
dagen, ingaande de dag volgend op het treffen ervan, een
voor eensluidend verklaard afschrift naar de Vlaamse regering
worden gestuurd van:
1° de besluiten van de provincieraad betreffende het
administratief statuut, de weddeschalen, de bezoldigingsregeling
en de vergoedingen en toelagen van het provinciepersoneel;
2° de besluiten van de provincieraad betreffende de
belastingen en de retributies.
3° [de besluiten van de provincieraad waardoor de financiële
lasten van opgenomen leningen worden herschikt.]
4° [...]
[...])
Art. 21. [...]
([§1.
Binnen de termijnen bepaald in de artikelen 22 en 24 schorst
de Vlaamse regering bij gemotiveerd besluit de uitvoering
van het besluit, waarbij de provincieraad of de bestendige
deputatie de wet schendt of het algemeen belang schaadt.
Zij geeft hiervan onverwijld kennis aan de overheid waarvan
het besluit werd geschorst.]
§2. De provincieraad
of de bestendige deputatie kan het geschorste besluit intrekken
en geeft daarvan kennis aan de Vlaamse regering.
De provincieraad
of de bestendige deputatie kan het geschorste besluit gemotiveerd
rechtvaardigen binnen een termijn van honderd dagen ingaande
de dag na het treffen van het schorsingsbesluit en stuurt
dit rechtvaardigingsbesluit op straffe van nietigheid van
het geschorste besluit uiterlijk de laatste dag van die
termijn naar de Vlaamse regering.
§3. Ingeval
van rechtvaardiging kan de Vlaamse regering bij gemotiveerd
besluit het geschorste besluit waarbij de provincieraad
of de bestendige deputatie de wet schendt of het algemeen
belang schaadt, vernietigen binnen een termijn van vijftig
dagen ingaande de dag na het inkomen van het rechtvaardigingsbesluit.
Het vernietigingsbesluit
wordt uiterlijk de laatste dag van die termijn van vijftig
dagen naar de provincieoverheid verstuurd. Indien de Vlaamse
regering de termijn voor vernietiging laat verstrijken,
is de schorsing ambtshalve opgeheven.
§4. Onverminderd
de schorsingsbevoegdheid […] kan de Vlaamse regering
bij gemotiveerd besluit en binnen de termijnen bepaald in
de artikelen 22 tot 24 rechtstreeks het besluit vernietigen
waarbij de provincieraad of de bestendige deputatie de wet
schendt of het algemeen belang schaadt.
§5. Voor de
toepassing van dit artikel gelden als strijdig met het algemeen
belang de besluiten die strijdig zijn met de beginselen
van een behoorlijk en goed bestuur of die strijdig zijn
met het algemeen beleid of met de belangen van de hogere
overheid.)
Art. 22. [...]
Art. 23. [...]
Art. 24. [...]
(De besluiten
waarvan, met toepassing van artikel 20, zonder voorafgaand
verzoek een afschrift naar de Vlaamse regering moet worden
toegestuurd, zijn niet langer vatbaar voor schorsing […]
of vernietiging door de Vlaamse regering als een termijn
van vijftig dagen, waarbinnen het schorsings- of vernietigingsbesluit
naar de provincieoverheid moet worden verstuurd, verstreken
is. Deze termijn gaat in de dag na het inkomen van het besluit
van de provincieoverheid bij de Vlaamse regering.)
[HOOFDSTUK
IVBIS. – Toezicht op de passieve openbaarheid]
[Artikel 24bis.] […]
[Art. 24ter.] […]
[HOOFDSTUK IVter.
– Klachtrecht]
[Art. 24quater.] [...]
HOOFDSTUK V. - Opheffings-,
wijzigings-, overgangs- en slotbepalingen
Art. 25.
Opgeheven worden:
1° de artikelen 65, derde lid, 86, 87, 88, 89, 91, tweede
lid, en 125, van de provinciewet van 30 april 1836;
2° artikel 71, § 1, van de wet van 14 februari
1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel
herstel, voor zover het betrekking heeft op de toezichtsregelen
op de vaststelling van de bezoldigingsregeling en de weddeschalen
van het provinciepersoneel;
3° artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 110 van
13 december 1982 waarmee het begrotingsevenwicht wordt opgelegd
aan de provincies, aan de gemeenten en aan de agglomeraties
en federaties van gemeenten.
Art. 26.
In de provinciewet van 30 april 1836 wordt een artikel 116bis
ingevoegd, luidend als volgt:
"Artikel 116bis. Wat de provincies van het Vlaamse
Gewest betreft worden in artikel 116 de woorden "De
artikelen 63, 89 en 91" vervangen door "De artikelen
63 en 91, eerste lid".
Art. 27.
De besluiten van de provincieoverheden, genomen voor de
inwerkingtreding van dit decreet, blijven onderworpen aan
de regelen die op dat tijdstip van kracht waren.
Art. 28.
Dit decreet treedt in werking op de eerste dag van de tweede
maand die volgt op de bekendmaking van dit decreet in het
Belgisch Staatsblad. (lees: 1 april 1995)
|